Op deze pagina's is het archief van DW B terug te vinden. Voor de actuele website ga naar: http://www.dwb.be

Een beter leven. Der kommende Aufstand nach Friedrich Schiller

Verschenen in: De lente

Het is niet gemakkelijk om een perfect leven te leiden. Alles kan altijd minstens een beetje beter. Zelfs de gelukkigste mens zal, al is het dan na lang aandringen, toegeven dat sommige dingen ten goede kunnen veranderen.
       
Stel dat het publiek tijdens een theatervoorstelling op deze kwestie wordt aangesproken. Dat er iemand op het podium staat die zegt: ???Iedereen die een beter leven wil, mag nu opstaan.??? Is het dan mogelijk om te blijven zitten? De acteur zegt dat iedereen mag opstaan ??? het moet niet ??? hoewel het niet zou mogen als de toestemming niet werd gegeven. Maar wie blijft zitten, krijgt al snel het gevoel iets mis te lopen. Het zou immers kunnen dat de acteur een trucje kent om het leven van iedere toeschouwer beter te maken. Zelfs wie relatief gelukkig is, gaat vanuit dat besef naar meer verlangen. Als ik blijf zitten en er wordt iets uitgedeeld dat mijn leven beter zou maken, dan grijp ik ernaast omdat ik niet overeind ben gekomen en omdat ik te kennen heb gegeven dat mijn leven goed genoeg is. En is mijn leven inderdaad zo goed als ik denk? Helemaal niet! Nu ik erover nadenk, heeft niemand meer redenen om op te staan dan ik. Is het zelfs niet schandelijk om te blijven zitten, als ik zie hoeveel mensen er ondertussen zijn opgestaan? De mensen denken vast dat ik heel tevreden ben met mijn leven. Hoe kan ik er in hemelsnaam van overtuigd zijn in de hemel te leven als het leven van zovelen van mijn medemensen een hel is? Dus: het is helemaal niet ego??stisch om op te staan en om beterschap te vragen, het is eerder ego??stisch om te blijven zitten en aan te geven dat alles goed is zoals het is! Dadelijk word ik terecht toegesnauwd of zelfs meegenomen naar een plek waar ik zal worden gestraft voor mijn als onverbeterlijk ervaren leven in een als onverbeterlijk ervaren wereld.
       
Natuurlijk moet die uitnodiging, uitgesproken op het podium, door de zaal niet ernstig worden genomen. Ik kan de vraag in ontvangst en in ogenschouw nemen en er diep over nadenken ??? maar dat hoeft niet te betekenen dat ik zo na??ef ben om consequenties te verbinden aan de beweging of de stilstand van mijn lichaam. Ten eerste. Deze zin wordt uitgesproken tijdens de opvoering van een toneelstuk en is onderdeel van een kunstwerk. En ik ben onderdeel van het publiek. Is het aan het begin van de eenentwintigste eeuw niet duidelijk dat het publiek geen inbreng kan hebben in een kunstwerk? Meer nog (en ten tweede): is het niet ergerlijk dat deze theatermakers uit creatieve armoede moeten hopen op publieksdeelname om de spanning in hun voorstelling te realiseren? Zij moeten bewegen ??? niet ik! Ik kan hoogstens worden bewogen. Ten derde. Wat zou er gebeuren of veranderen als de hele zaal overeind zou gaan staan? Zou mijn leven beter worden? Ik geloof er niets van. Kunst kan de wereld niet veranderen, hoogstens kan mijn kijk op iets veranderen, maar daarvoor hoef ik toch niet op te staan? Ik wil een beter leven, maar als ik dit zie en hoor, wil ik vooral betere kunst.


Het vervolg van dit artikel lees je in DW B 2013 1 De lente.