Op deze pagina's is het archief van DW B terug te vinden. Voor de actuele website ga naar: https://www.dwb.be

Op tafel

Verschenen in: Onmogelijk scenario

Scène 1
INT.

Warm licht, een lege kamer, een kantoortafel met een aquarium. Een keurig geklede man verschijnt in de kamer, loopt op de camera af, zegt tegen de camera: ‘Mag ik mij voorstellen? Vuilnis.’ Vuilnis gaat op de grond liggen, zijn mond wijd open. Op het moment dat hij niet meer het hele beeld beheerst, is de achtergrond veranderd. Op een keurige lichtbruine leren bank zit nu een man met een laptop op schoot het aquarium te bedienen. Achter de tafel zit een vrouw zijn werk te controleren, bevestigend mompelend als het goed lijkt te gaan, harde duidelijke taal uitend als een vis het niet goed doet. Kreten van frustratie bij de man als er weer eens iets mis lijkt te gaan, of het aan de vis of aan de man ligt blijft hierbij onduidelijk.  Je hoort een pauze aankomen. De net nog werkende man en vrouw ontspannen zich nu, werpen wat dingetjes in de mond van de man op de grond omwille van het plezier dat zijn bewegende kaken kunnen oproepen. Vuilnis is gemakkelijk in staat om restjes aardappelchips of papiersnippers of andere kleine vieze dingen te verwerken. Na de pauze draaien de rollen van de vissen en de man op de bank om. Het lijkt nog minder te werken.

Scène 2
EXT.

Het is donker, het daglicht komt op. Vrouw en man zitten tegenover elkaar, op de grond, in het gras. Er zijn geen bomen of andere opvallende onregelmatigheden. Zij praten en bewegen zo perfect als mogelijk synchroon, misschien zachtjes wiegend.

‘Goedendag, leuk om jou te zien. Zit je daar al lang? Mag ik jou iets aanbieden? Mag ik jou niets aanbieden? Wat wij niet kunnen gebruiken is weerstand. Van weerstand krijgen wij de mazelen. Van mazelen krijgen wij de pokken. Van pokken, steeds maar pokken krijgen wij hoofdpijn. Hoofdpijn gaat ons in de kleren zitten, gaat ons in de botten zitten, we kunnen elkaars lichaam niet uitwringen.
 
Waarom raak je altijd eerder op dan ik? Waarom let je niet wat beter op jouw tegenover? Ik wil jou geen verwijten maken maar ik wil dat je begrijpt dat je tekortschiet. Ik kan jou niet blijven voeren met wat mij ontbreekt.

Maak nou niet langer misbruik van mijn gastvrijheid. Ga nou weg. Ga nou weg. Ik stuur jou wel een briefje van mezelf maar ga nou weg, ga nou weg naar waar je vandaan komt. Of naar waar je vandaan zou kunnen komen. Ga nou weg. (…) Ga nou weg.’

Beiden blijven zitten, het daglicht verdwijnt geleidelijk.


Het vervolg van deze tekst lees je in de papieren versie van DW B 2015 4.