Op deze pagina's is het archief van DW B terug te vinden. Voor de actuele website ga naar: https://www.dwb.be

Can I help you?

Verschenen in: Ondood
Auteur: Pol Hoste

Part one
'Orange is overal in de wereld', zei de strontgroene Gentse Fnacverkoper die Passant een drieband mobiele telefoon van het merk Ericsson verkocht. 'Als je vanuit Montréal naar Gent of NewYork wil bellen, moet er een chip in van Orange. Die verkopen we uiteraard ook. Proximus van Belgacom is alleen bruikbaar in België.'
       Over de mogelijkheden van elektronica en informatica moet men zich door jonge mensen laten informeren. Zeker niet door wie er wat vanaf weet. Wie er iets vanaf weet, is per definitie veel te oud. De studies voor een diploma van ingenieur informatica duren minstens dubbel zolang als een eenvoudig bezoekje aan een phoneshop of de Fnac. Daar loopt men dan ook ver vooruit op de wetenschappelijke ontwikkelingen. Gewoon omdat men commercieel gedwongen wordt om bij te blijven. Zo eenvoudig is dat. Geen overbodige kennis, alleen wat men moet weten. In een taal begrijpelijk voor twaalfjarigen. Het mag ook jonger.
       Op die manier stap je uit het vliegtuig in Montréal en het enige wat er gebeurt is dat er zes letters verschijnen in het venstertje van je Ericsson mobile: MCCELL. Je kan op zoek naar pasmunt en een telefoon, je hebt een verhaal en je leert mensen kennen. Dat is reizen.
       Het koele huis uit het boek van de Arabische schrijfster Loura Hafad met de geschilderde kamer en de zwarte piano met de gouden randen is dan al veraf. Zo ver verwijderd van alles als de lelies op het Donkmeer in het eerste ochtendlicht. Tafelzilver, kantwerk en lavendel.
       Het wordt bellen met Orange in België. Vanuit Grand Asylum, Montréal. Via een ouderwetse vaste lijn van Bell en om de twee weken een rekening waar geen eind aan komt. Negen uur 's morgens in Brussel is drie uur 's nachts in Montréal. Geen probleem. De zon komt op in het oosten.
       'Met Cindy. Waarmee kan ik u helpen?' Vorige maand nog bij Chocolade Callebaut, Huishoudtoestellen Miele, Courie Service DHL. Nu op de helpdesk bij Orange. Zoekt met onmiddellijke indienstneming jonge dynamische communication trainee. Flexibele werktijden. Opleiding door het bedrijf verzekerd. Eigen vervoer, een pluspunt.
       Vraag van Passant: 'Waarvoor staat MCCELL?'
       'Hoe zegt u, meneer? Cel en dan?'
       'M,C,C,E,L,L.'
       'Een ogenblikje alstublieft. Meneer vraagt wat M,C,C,E,L,L is.
MCCELL, zegt meneer. Een ogenblikje meneer, ze zijn het aan het zoeken.' Vijf minuten later. Of meneer nog wat geduld wil hebben? Geduld, ja dat is het. Dat zij meneer nog even in de wacht zal zetten. In de wacht, ja dat is het. Twintig minuten hetzelfde deuntje voor de prijs van een internationaal gesprek (overseas).
       'Meneer? O, bent u er nog?'
       'Tja, het verwondert me ook.'
       'Hoe zegt u?'
       'Dat het mezelf ook verwondert dat ik er nog ben.' Waarna meneer verneemt dat MCCELL staat voor Micro Cell. Simpel eigenlijk. Een kind van twaalf jaar had het kunnen vinden. Het mag ook jonger.
       Nee, het is nog niet alles. Of Cindy naar Micro Cell kan bellen want dat meneer met een Orangechip in zijn drieband Ericsson op geen enkele plaats in Montréal naar Gent of New York kan bellen. (Meneer is ingenieur zeker?)
       ‘Kunt u dat nog eens herhalen?’

       ‘Hoeveel keer?'

       'Drie keer.' Drie keer het verhaal. Antwoord: 'Ik zal het eens vragen, meneer. Een ogenblikje, alstublieft. Meneer vraagt of wij naar Micro Cell kunnen bellen?' Dat denken zij niet. 'Hallo meneer? Nee dat denk ik niet.' Of hij zelf naar Micro Cell kan bellen? Een ogenblikje, ze zal het eens vragen. 'Meneer vraagt of hij zelf naar Micro Cell kan bellen?' Dat denken zij wel. 'Hallo, meneer? Dat denk ik wel.' Of ze hem het nummer kan geven van Micro Cell. 'Het nummer van wat, meneer? O, ja van Micro Cell. Ik was het vergeten. Een ogenblikje. Meneer vraagt of hij het nummer kan krijgen van Micro Cell? Hebben wij dat?' Vier minuten later. 'Hallo, meneer? Kunt u morgen terugbellen want die persoon is hier vandaag niet.' Of hij dan naar Cindy mag vragen?
       De volgende morgen in Brussel op de helpdesk van Orange. De volgende nacht in Montréal op de negentiende verdieping van Grand Asylum. ‘Hallo, meneer. Ja, ik heb dat eens nagevraagd van dat nummer. Wij hebben een overeenkomst met MCCELL. Een overeenkomst, ja. Waarvoor? Dat zou ik eens moeten vragen. Orange heeft ook een vertegenwoordiging in Saigon. Wat wilt u nog weten, meneer? Of wij ook een vertegenwoordiging hebben in Montréal? Heeft u een ogenblikje? Meneer vraagt of wij ook een vertegenwoordiging in Saigon hebben. Nee, in Montréal vraagt meneer. Oei, oei, excuseer. Hallo meneer? Het was toch in Montréal dat u vroeg. Jazeker, ze zullen het eens nakijken. Hoe zegt u? Vanuit Montréal. O, u belt vanuit Montréal? Met wie? Met Bell. Een ogenblikje. Meneer zegt dat hij vanuit Montréal belt. Met Bell, zegt meneer.’

        Ja, het is voor iedereen een beetje aanpassen, die nieuwe technologie. Zeker voor oudere mensen. Maar wel een goede atmosfeer bij Orange. Toffe collega’s. Veel beter dan bij DHL. Zo de omgang met de collega’s en al. ‘Hallo meneer? Ze zeggen dat u voor het nummer van Micro Cell naar de Inlichtingen moet bellen. In Montréal, ja. Wijzelf?’ Dat weet zij niet. Zou hij willen dat ze dat nummer eens bij Orange vraagt? Ja, dat zou hij willen. Morgen is het haar vrije dag. Dan gaat ze joggen. Altijd aan de telefoon op de helpdesk bij Orange. Ze kan wel wat beweging gebruiken. En tegen iedereen vriendelijk moeten blijven. ‘Joggen? Ja, dat doet ze graag. Als het mooi weer is.’ Een aangenaam gesprek met Orange door een strenge mannenstem onderbroken.
        ‘Wat is het probleem, meneer?’ Waarom hij met MCCELL wil praten? Of hij een firma is? Het hele verhaal opnieuw. Uiteindelijk geeft men hem het telefoonnummer van MCCELL in Montréal. Het blijkt een onbestaand nummer. Aldus de helpdesk van Bell. Een goed georganiseerd telecommunicatiebedrijf, Bell. Geen kwaad woord over Bell. Geïnteresseerde telefonisten. Bezorgde commerciële directeuren. Men belt de helpdesk, handelt een halfuurtje een gigantisch maar volstrekt sluitend voicemailprogramma af en is daar inclusief enkele publiciteitsflashes een uurtje zoet mee. Niet goedkoop maar efficiënt. Toetsen indrukken, commando’s opvolgen, vooruitgaan, teruggaan, vergissingen rechtzetten, opnieuw vooruit. Het echte werk. Men wou al dat men op een kantoor ergens op de vijfentwintigste verdieping bij een multinationaal bedrijf aan de slag was. Wit hemd, stropdas, dynamisch, flexibel, export, import, een liefdesaffaire via het web en simultaan schaken met IJsland of Brazilië. Het eindresultaat is een nummer van MCCELL dat beantwoord wordt.

       ‘Met de helpdesk van MCCELL. Wat kunnen we voor u doen?’ Technisch oké, MCCELL. Waarschijnlijk is de roamingfunctie niet geactiveerd. Roaming is internationaal bellen van gsm naar gsm. Tja, hedendaagse technologie en oudere mensen. Die functie moet eerst worden geactiveerd. Bij MCCELL? Nee, bij Orange want Passant heeft een chip van Orange. MCCELL kan niets voor hem doen. We ’re sorry. Hoezo een overeenkomst tussen Orange en MCCELL? Nee, een prepaycard van Orange werkt nu eenmaal niet in Montréal. Of een prepaycard van MCCELL kan helpen? Waarom? Als hij al een prepaycard bij Orange heeft, waarom zou hij dan nog een prepaycard bij MCCELL kopen? Orange moet gewoon zijn roamingfunctie activeren. Born heroes bij MCCELL.
Waarna Passant besluit om zich persoonlijk door het onovertroffen telecommunicatiebedrijf Bell te laten adviseren.

Part two

Een mooie dag in Desjardins. Zonovergoten glas, giftige warme lucht, ingevoerde palmbomen. Zijn na een week aan vervanging toe. Worden ook vervangen. Economie toont waartoe ze in staat is. Men kan ook iedere week het Amazonewoud vervangen. Maar men houdt het voorlopig bij een filiaal van pralines Daskalides in Desjardins. Een Japanse verkoopster dwaalt er eenzaam en gekoeld door bamboestruiken en kerselaars. Pure stilte deze zaak, zuivere sereniteit.
        Om de drie maanden vervangt Bell Boutique zijn glazen verkoopstertjes. Always houdt hen stralend fris. Ook tijdens die moeilijke dagen. Zelf zijn zij harde contactlenzen, fijn gehoor, feilloos reukorgaan, zesde zintuig en migraine, een lijn tl-licht boven aangestreepte wenkbrauwen. Vergelijk dat maar eens met het meedogenloze leven op het platteland. Kortom, Bell houdt zich niet bezig met mobiele telefonie. Maar een goed gesprek? Always. Het glazen verkoopstertje en Passant verlangen niets anders dan dat zij elkaars voicemail zouden zijn, apparatuur met druktoetsen, geplande keuzemogelijkheden en eenduidige commando’s. Waarom zou het leven niet eenvoudig kunnen zijn? Het is eenvoudig. Laat het dan ook zo zijn. Eten? Eten. Drinken? Drinken. Zich voortplanten? Zich voortplanten. Sterven? Sterven. De enige oplossing volgens haar is Fido. Ook volgens haar collega: Fido.
        Op naar Fido! Onderweg is er Metcalfe, Mansfield, place Ville Marie. Daarna komt St.-Cathérine met phoneshop Fido. Het bedrijf monopoliseert zo ongeveer het mobiel bellen in Montréal.
        Hoeveel rustiger werkt men in een bibliotheek. Buiten is het warm. Zachtjes valt de regen voor het open raam. De tijd verstrijkt en er zijn boeken. Een bleke dichteres kwelt in zichzelf gekeerd haar wrede geest. Beenmager wint zij een literaire prijs. Bekroning volgt. Een rijpe vrouw kon haar beminnen. Bij het bloemenkraampje op Place Mont Royal talmt ze nog even bij een roos. Dra nog een literaire prijs voor haar. Zij is een belofte.

Part three
Fido op St.-Cathérine vernauwt de wereld. Alles is er even aangespannen en gestroomlijnd als de kleren van het o/lijfzwarte meisje en de paar/se man. Zij bij de receptie, hij bij de balie. Hoe gaaf is het onbestaande in vergelijking met het leven zelf! Een boek brengt d’oude wereld in herinnering. Zotskappen, trouwfeesten, landelijke taferelen, wreedheden in afgelegen streken. Wie verdween, bleek later hier of daar ondergespit.
       De paarse Fidoman werd geboren in Saskatchewan. Hij leest geen sprookjes meer. Zijn zijden hemd en broek zijn onderdelen van een toverboek. Hij spreekt Apparta, een taal die hij bij Fido heeft geleerd, niet begrijpt, perfect beheerst, zeer graag gebruikt. Laat ons genieten.
       Tegen Passant: ‘U kan lokaal bellen.’ Dat is zo bijzonder aan Apparta. Niemand die het opvalt.
       Passant herhaalt dat hij niet lokaal maar internationaal wil bellen.
       ‘Roamen’, zegt hij terwijl hij toont wat hij in België heeft gekocht: een drieband Ericsson met een Orange/Micro Cellchip. The time: it’s 11 a.m. In het venstertje van de Ericsson staat MCCELL. Meer gebeurt er niet.
       ‘You buy a Fido prepay card’, zegt de paarse. ‘And there you go.’ Met dit optimisme valt te leven.
       - Wat ’n taaltje!
       De pink Fidoman opent de Ericsson en vervangt de Orangechip door een Fidochip (82 Canadian dollar/ CD) met prepaycard (25 CD). Hij heeft Passants internationaal paspoort nodig. Dat spreekt vanzelf. Hij kopieert het. Dat spreekt vanzelf. Hij heeft ook zijn adres in Montréal nodig. Dat spreekt vanzelf. En het nummer van de vaste lijn in Grand Asylum. Dat spreekt vanzelf.
        ‘For the computer’, zegt hij. Standard Apparta that is. Nadat de 107 CD in veiligheid zijn gebracht (we don’t accept credit cards or visa), krijgt Passant een accesscode om de Ericsson met Fidochip en prepaycard te gebruiken. De paarse man is verheugd dat de accesscode en het 25 CD-belkrediet na enkele minuten reeds zijn toegekend. Fido betekent lichtsnelheid.
        Als Passant de paarse man even later uitlegt dat er ook met de Fidochip niet internationaal te bellen valt, probeert de paarse man het zelf. Wat niet lukt. Passant vraagt wat er moet gebeuren. De paarse man verzoekt Passant om het zelf nog maar wat te proberen. Andere klanten wachten. The time: it’s 1 p.m.
        Fido op St.-Cathérine stelt drie stoeltjes ter beschikking van klanten die moeten wachten. Ze worden bewaakt door drie negerslaven. Passant neemt plaats en gaat wat oefenen met de mobile phone. Hij houdt de paarse man op de hoogte van zijn vorderingen. Na een paar keer zegt die: ‘U moet een international overseas prepaycard kopen.’ In het Apparta klinkt dat alsof hij dat al de hele voormiddag staat te zeggen.
        De vraag is: ‘Waar kan ik die kopen?’ Bij Fido leert Passant toekomstgericht denken. Het antwoord is: ‘We only sell regular cards.’ Zuiver Apparta. De volgende vraag is: wat heeft Passant bij Fido voor 107 CD gekocht? De paarse man legt hem uit wat hij heeft gekocht. Vrij vertaald: gebakken lucht. Onder Duplessis heette dat noirceur. In de jaren zestig stille revolutie, daarna rechts liberalisme en vrije markt. Nu heet dat Fido en de nieuwste technologieën op het vlak van mobiele telecommunicatie in Montréal.
        Misschien bent u wel benieuwd hoe de zaak in elkaar zit. De winkel heeft een glazen deur aan de voorzijde en een glazen deur aan de achterzijde. Oké?
       - Oké.
       Stapt men vanuit Fido door de glazen deur aan de achterzijde, dan staat men voor een krantenwinkeltje dat wordt bewaakt door dezelfde drie negerslaven die de stoeltjes bewaken. Oké?
       - Oké.
        Bij hen kan men cannabis en cocaïne kopen. Oké?
       - Oké.
        ‘Kan men’, heb ik gezegd. In het krantenwinkeltje. Eigenlijk niet in het krantenwinkeltje, maar bij de drie negerslaven die in het winkeltje en buiten het winkeltje het winkeltje bewaken. Dat werkt perfect. De mensen willen dat. Daarom is het ook zo georganiseerd. U denkt toch niet dat als de mensen dat niet zouden willen, enzovoort. Men vraagt gewoon telephone cards. ‘Local’ voor shit. ‘Long distance’ voor coke. ‘Globo’ voor telefoonkaarten.
       Op aanwijzing van de paarse man koopt Passant twee Globo international overseas telephone cards (10 CD per stuk). The time: it’s 3 p.m.
       Globo telefoonkaarten werken als volgt: ze werken niet. Voor Montréal benadert dat de perfectie. Voor de negerslaven betekent dat zuivere winst. Wat dat betreft is Québec een zeer vooruitstrevende provincie.
Gebakken lucht deel twee. Gebruiksaanwijzing. Om te beginnen belt u het nummer dat op de Globokaart gedrukt staat. Vervolgens vormt u het codenummer dat u heeft gevonden nadat u het laagje smurrie van de kaart heeft weggekrabd dat u voorlopig niet meer van onder uw nagels krijgt. Daarna toetst u bijvoorbeeld het telefoonnummer in van een abonnee in België zoals u dat doet vanuit het buitenland. Alles samen 35 cijfers foutloos na elkaar en zonder tussenpauze. Anders moet u opnieuw beginnen.
       Het resultaat is dat u een bezettoon te horen krijgt. Die meldt u de essentie van Globotelefoonkaarten. Voor twaalfjarigen. Het mag ook jonger. Een tiental pogingen na elkaar leveren u de vrouwelijke stem van een operator op die u – voor rekening van uw international prepaid calling time credit – graag inlicht over haar sociale situatie (I have a small child) en op alle vragen onveranderlijk antwoordt: ‘I can’t tell you. I’m paid by my boss.’
       Hierbij drie aantekeningen: 1./ Hoe is de situatie van negerslaven in Montréal? 2./ Hoeveel afschuwelijke winters hebben ze hier overleefd? 3./ Waarom werkt de operator niet in de prostitutie?
‘Try every 15 minutes’, zegt ze. Gedurende een paar uur toetst u nu om de vijftien minuten 35 cijfers foutloos in en luistert u aandachtig naar de bezettoon. Wat zou u anders doen? U bent in Montréal. Als u na die werkwijze te hebben gevolgd nog steeds niet achter het geheim van Globotelefoonkaarten bent, dan krijgt u de operator opnieuw aan de lijn en wordt u het geheim uitgelegd. De internationale lijnen zijn constant overbelast en als u niet ophoudt met bellen zal de baas van Globo heel kwaad worden omdat u de overbelaste lijnen verder blijft belasten.
        ‘So, please stop calling Globo!’
        ‘Very angry?’
        ‘Yes, very angry!’ The time: it’s 7 p.m.

Part four

The second day at Fido St.-Catherine starts at 10 a.m. in the morning. Mobile phone, aankoopbewijzen van de Fidochip en de Fidoprepaycard op de balie, samen met de telephone cards van Globo en enkele Belgische telefoonnummers.
       Passant tot de paarse man van gisteren: ‘Would you please call any of these numbers in Belgium for me?’ Nadat hij de binnenkant van het toestel heeft gecheckt, begint de paarse Fidoman uit Saskatchewan aan de opgelegde kuur. ‘It’s only 35 numbers’, zegt Passant. De paarse probeert het een halfuurtje.
        ‘Het zou moeten werken’, zegt hij.
        ‘Maar het werkt niet’, zegt Passant en hij vergeet dat wat in Montréal functioneert, alleen maar functioneert a./ omdat het niet bestaat, b./ omdat het tegelijk bestaat en niet bestaat c./ omdat het bestaat maar er nooit is. Daarop verdwijnt de paarse man voor de rest van de dag van het toneel. Zonder enige verklaring laat hij alles over aan een zachtroze vrouw. Zijn werk benadert de perfectie.
        Niemand is beter geschikt om Passant te helpen dan de zachtroze vrouw want zij weet helemaal niet hoe zij Passant zou kunnen helpen. Voor een oudere generatie, een beetje aanpassen? Niet voor twaalfjarigen. Het mag ook jonger. Men kan de nieuwste technologie maar beter overlaten aan wie er niets van afweet.
        Passant legt aan de zachtroze vrouw uit wat hij aan de paarse man heeft uitgelegd. Wie al wat ouder wordt, valt soms in herhaling.
        ‘Welke paarse man?’ De zachtroze vrouw kan zich haar collega niet herinneren. Zo snel werkt zij.
       - Zeer goed.
       ‘Orange, zegt u?’
       ‘Micro Cell.’
       ‘Hier bent u bij Fido.’
       ‘Daarom heb ik hier gisteren een Fidochip gekocht.’
       ‘Is die geïnstalleerd?’ Enzovoort. Dus vertelt Passant haar hoe hij niet geboren werd, maar op een dag uit een rode Studebaker tevoorschijn kwam. Zij begeleidt hem op de Ericsson. Hij is van plan de rest van zijn leven bij Fido door te brengen. Lichte paniek. The time: it’s 11.30 a.m.
De zachtroze vrouw is aan een pauze toe. Ze droomt of kijkt naar buiten. Hitchcock. Is het herfst? Ze is aan een nieuwe lente toe. Weldra zomer. Ze valt flauw. Een break. Het is winter. Hoe vliedt het leven! Ze zijgt zachtjes roze neer. Indian summer. Men laat betijen, een nieuwe vacature bij Fido in het verschiet. Meteen op de website? Waarom niet.
         Nu verschijnt er een blauw meisje. Vlotte bediening bij Fido. Het blauwe verhaal. De jongste generatie. Amper veertien. Hoeft niets te weten. Gaat onmiddellijk met de Ericsson aan de slag. Onweerstaanbaar. Niet alleen haar ontwapenende stupiditeit, vooral ook de make-up die haar veroudert. Zag een oudere vrouw er maar zo jong uit!
        ‘Why don’t you use MCCELL?’ vraagt ze ten slotte. Waaruit alweer blijkt hoezeer het bedrijfsleven gebaat is bij een verfrissende kijk van de jongste generaties op de nieuwste technologieën. Een appelflauwte, een erectie? ‘MCCELL is Orange’, zegt zij. ‘En Orange is MCCELL en MCCELL is Montréal en u bent bij Orange, dus bij MCCELL.’
        ‘Ik ben in Montréal’, zegt Passant. ‘Ik ben bij Fido, jij bent bij Fido, m’n mobile is hier en Fido is in Montréal.’ Men vraagt zich af hoe het komt dat er tussen mensen misverstanden bestaan. Volgens mij is dat volstrekt uitgesloten.
        Of zij misschien MCCELL wil bellen?
        ‘I can’t use the phone. We ’re not allowed to.’ Interessant. Een halfuur lang probeert ze de 35 cijfers in te toetsen. Een wedstrijd? Verder dan 23 komt ze niet. Als ze zich vergist, begint ze opnieuw.
        ‘You’re losing much money for the prepay’, zegt ze.
        ‘That’s what I’ve bought here’, zegt Passant. ‘A way to lose money.’ Ze zwijgt. Waar ze zich bevindt, valt moeilijk uit te maken. In Abitibi-Témiscamingue op de oever van de Outaouais? Kan haar niet schelen. Maakt niet uit. Ze slaapt rechtop als een paard. Lucht heeft ze niet nodig. De airco laat haar dunne haar trillen.
        Escape. Toen ik twaalf was reed ik met de fiets door het Land van Waas, drinkend van de regen op de bladeren, ademend van de wolken over ondergelopen grasland, etend van wat akkers aanboden: rapen, tarwe, rogge.
        Enter. The time: it’s 12.45 p.m. Het korenbloemblauwe meisje krijgt honger. In haar tas: een mes, een lepel, een pot yoghurt. Laat de Ericsson wat rusten. Met aardbeienjam tekent ze de Outaouais op de glazen toonbank. Ik, de Durme. Zij likt haar vingers af. Daarna slaapt ze weer in. Een zeer actieve epileptica. Collega’s brengen haar weg.
       - Waarom blijft iemand twee dagen in een winkel waar hij bedrogen wordt?
       - Omdat hij zich over de anderen schaamt.
       Intussen lopen klanten in en uit en verschijnen er achter de toonbank steeds nieuwe gezichten. Fido bestelt zijn tijdelijke werknemers bij het dichtstbijzijnde uitzendkantoor. Zoals men pizza of broodjes bestelt: twee zalm, drie club sandwich en een garnaalsalade. Ofwel vlucht men. Ofwel kiest men voor een instant coma. Passant overvalt het in de metro. De negerslaven waken. Waken? Een eigenschap van cocaïne. En wat Globo betreft, ze gebruiken hun verstand.


Lees verder in Ondood.