Op deze pagina's is het archief van DW B terug te vinden. Voor de actuele website ga naar: http://www.dwb.be

Tussen fatwa en imprimatur

Sinds de uitvinding van de boekdrukkunst hebben schrijvers en uitgevers hun hand in het vuur gestoken voor een steeds fleurrijker geestelijk en artistiek leven. Iedereen die dat wil kan dagelijks en onbeperkt de bloemen ervan plukken op een schier onoverzienbaar veld van kennis en cultuur. Maar de vrijheden waar die scribenten en hun verkopers gezamenlijk voor hebben gevochten ??? tegen extremisme, ignorantie, beknotting ??? staan op velerlei manieren onder druk. Waar de censuur in de boekgeschiedenis vaak door een externe macht werd opgelegd, zien we de afgelopen jaren vaker de preventieve zelfcensuur regeren, zeker als er religieuze scherpslijperij dreigt. De terugkeer van het verbannen boek en de angst voor de fatwa duiken in vele gedaanten op. Tijd voor een status quaestionis.

???Steek je koran waar ??????
Opschudding in de Duitse boekenwereld begin oktober 2009. De D??sseldorfse uitgeverij Droste Verlag liet weten dat ze een thriller van de schrijfster Gabriele Brinkmann, Ehre, wem Ehre???, niet langer wou uitgeven. De auteur toonde zich niet bereid om een uitspraak van een van haar personages te schrappen of te wijzigen. ???Je kunt je koran steken ??? waar de zon niet schijnt???, zo luidde het bewuste zinnetje in een vrije vertaling. Uitgever Felix Droste was van oordeel dat ???na de rel met de Mohammedcartoons je geen islambeledigende woorden of tekeningen meer kunt publiceren zonder het veiligheidsrisico daarvan in te calculeren???. Hij werd bijgevallen door een medewerker van de uitgeverij die zei dat ze ???geen enkele religieuze groepering wilden beledigen???. Droste Verlag had ook een islamexpert onder de arm genomen, die hun mee de beslissing influisterde.
       Gabriele Brinkmann reageerde furieus. ???In een roman mag een fictieve figuur zeggen wat die wil???, aldus Brinkmann, die de policier rond een eremoord schreef onder het pseudoniem W.W. Domsky. Ze noemt het een ???schandaal dat haar uitgever de staart tussen de benen steekt. Het is een zeer voorbarige gehoorzaamheid.??? Nadat de uitgeverij over haar beslissing had gecommuniceerd, werd die bestookt met haatmails en telefoontjes vanuit extreem-rechtse hoek, waarin Droste Verlag te horen kreeg een ???islamvriend??? te zijn. Op de Frankfurter Buchmesse bleek dat Brinkmann alias Domsky met Leda Verlag toch een andere uitgever had gevonden, die het boek meteen ???ongecensureerd??? uitgaf. ???Gaat het hier om een staaltje van uitgeversopportunisme of daadwerkelijk op de bres staan voor de vrije meningsuiting? Het zal wel een mengeling van beide zijn???, becommentarieerde Der Spiegel droogjes. De nieuwe uitgeverij benadrukt dat het boek op geen enkele manier de islam viseert, maar wel handelt over de gevolgen van een vrouwonvriendelijke instelling, die zich baseert op traditie en religie. Net daarom gaat een deel van de opbrengst van het boek ook naar de vrouwenrechtenorganisatie Solidarit??t mit Frauen in Not, zo zei nog Leda Verlag.

Het geval-Brinkmann, dat buiten Duitsland amper belangstelling opwekte, vertoont parallellen met de heisa die ontstond nadat Yale University Press in augustus 2009 besliste om een boek van professor Jytte Klausen over de Deense Mohammedcartoons, The Cartoons that Shook the World, op de markt te brengen zonder deze cartoons zelf nog te publiceren. Merkwaardig genoeg werd ook beslist om een heleboel historische Mohammedportretten, afkomstig van zowel areligieuze als moslimbronnen, niet te tonen. Zo werd ook een negentiende-eeuwse gravure van de Franse kunstenaar Gustave Dor??, waarop Mohammed gegeseld wordt in Dantes ???Inferno???, uit het boek geweerd. De prent valt vrij te bekijken op het internet. Ook in deze zaak liet uitgever John Donatich weten bezorgd te zijn over de veiligheid. Klausen toont in het boek aan dat het protest tegen de Mohammedcartoons bijlange niet zo spontaan was als gedacht, maar dat het georkestreerd werd door moslimextremisten, die de verkiezingen in Denemarken en Egypte wilden be??nvloeden en later regeringen in Pakistan, Libanon, Libi?? en Nigeria wilden destabiliseren. ???De cartooncrisis was geen schoolvoorbeeld van cultureel onbegrip, maar wel een politiek conflict.???

Wordt preventieve zelfcensuur bij uitgevers omtrent religieus gevoelige onderwerpen schering en inslag? Het heeft er alle schijn van, want sinds Rushdie, 9/11 en later de zaak rond de Mohammedcartoons in Denemarken zijn er een aantal geruchtmakende zaken geweest die de moslimgemeenschap de stekels (dreigen te) doen opzetten en de grenzen van de zo gekoesterde vrijheid van meningsuiting op de proef stellen. Ze zorgen er wellicht voor dat romanpersonages beter op hun tellen moeten gaan passen (iets waarover bijvoorbeeld ook Michel Houellebecq met Platform kan meespreken) ??n dat men zelfs in een wetenschappelijk werk ??? als dat van Jytte Klausen ??? zijn onderzoeksmateriaal niet meer durft te tonen, vaak uit vrees voor een schaduwvijand. ???De capitulatie van de Yale University Press voor bedreigingen die niet eens zijn geuit, is de recentste en wellicht beroerdste episode in het zwichten voor religieus extremisme ??? in het bijzonder religieus moslimextremisme ??? dat in onze cultuur opgang maakt???, noteerde de Brits-Amerikaanse journalist en publicist Christopher Hitchens in Slate als commentaar. Maar, zoals we straks zullen zien, ook katholieke scherpslijpers zijn er tegenwoordig steeds vaker als de kippen bij om onwelgevallige boeken en schrijvers te muilkorven.

Een van de recentste ophefmakende zaken, die in de zomer van 2008 door het nieuws spookte, heeft ongetwijfeld veel consequenties gehad voor de prudentie van internationale uitgevers. De Mohammedroman van de Amerikaanse schrijfster Sherry Jones, The Jewel of Medina, beheerste wekenlang het literaire nieuws. Random House, de Amerikaanse uitgever van dat boek over het kindbruidje van de profeet, trok onverwacht de publicatie van de roman in. Ze hadden aan Jones nochtans een voorschot van 100.000 dollar betaald. The Jewel of Medina was enkele weken voor verschijnen aan enkele specialisten en veiligheidsadviseurs voorgelegd. Academica Denise Spellberg, een autoriteit op het gebied van de geschiedenis van de islam en niet toevallig de auteur van een historisch boek over hetzelfde personage, gooide de steen in de kikkerpoel en vond de roman ???soft core pornography???. Spellberg zei over het boek dat ze ???geen probleem [heeft] met historische fictie, maar wel met de opzettelijk foute interpretatie van geschiedenis. Je speelt niet met heilige verhalen.??? Spellberg contacteerde collega-islamspecialisten en zo ging de bal, via verschillende extremistische websites, aan het rollen, waarna Random House het boek niet langer durfde te publiceren.
       Het stof ging zeker niet liggen nadat de Servische vertaling van het boek onder druk van een kleine moslimgroepering uit de boekhandel werd gehaald. En het liep helemaal fout toen er naar de kantoren van de Britse uitgever Gibson Square in Londen een brandbom werd gegooid. Gibson Square had de publicatie van de roman van Jones aangekondigd. Het leek dat overigens eerder uit mercantiele, rellerige overwegingen te doen en niet uit literaire ??? want het boek werd op literaire gronden later zeer gemengd onthaald.
       Na de aanslag op de kantoren van de Britse uitgever, waarbij gelukkig slechts materi??le schade was, werden drie mannen aangehouden en veroordeeld. Hun advocaat zei dat de aanslag ???een daad van protest was, geboren uit de publicatie van een boek dat door hen en andere moslims als onrespectvol, provocatief en bedreigend??? werd ervaren. Bij het uiteindelijke verschijnen veroorzaakte het boek nauwelijks nog een rimpeling en leek alle voorafgaande heisa overbodig. Omdat het zo krukkig en soft-romantisch geschreven was?

Salmanofobie
Random House, die zich in de zaak-Jones de zelfcensuur oplegde, is ook de Amerikaanse uitgever van Salman Rushdie. En dat maakte de demarche des te opmerkelijker. Rushdie begreep er dan ook niks van. Hij noemde de reactie van zijn uitgever ???censuur door angst??? en vond het een ???zeer gevaarlijk precedent???. Rushdie weet natuurlijk waar hij over spreekt. Hij ervoer aan den lijve hoe het is om te moeten leven en werken in een door voortdurende angst beheerste atmosfeer, als man on the run.
       Amper negen dagen nadat zijn roman The Satanic Verses in september 1988 in Groot-Brittanni?? was verschenen, en vlak nadat het op de shortlist van de Booker Prize kwam te staan, werd het in India verboden. Het protest onder radicale moslims sloeg met een vonk over om te culmineren in de fatwa van de Iraanse revolutionaire leider Khomeini in februari 1989, waarbij een prijs op het hoofd van Rushdie werd gezet. Dit leidde onder meer tot aanslagen op vertalers en uitgevers van het boek. Gaandeweg ging het stof een beetje liggen, maar toen Rushdie in 2007 een ridderschap ontving van Groot-Brittanni??, werd de stemming in Pakistan al snel weer broeierig. Bij onlusten en betogingen verbrandde men poppen die Rushdie voorstelden. Er werd opnieuw tot zijn dood opgeroepen.

Deze meest beruchte casus belli in de strijd tussen de extreme islam en de literatuur heeft op zijn minst het schrijverschap van Rushdie en bij uitbreiding dat van vele anderen met een grote kater opgezadeld. Steevast wordt gezegd dat het werk van Rushdie na de fatwa nooit meer hetzelfde niveau als daarvoor heeft gehaald. De buitenliteraire besognes van Rushdie zetten een rem op zijn creativiteit, beweerden sommigen. Zelf zei hij dat de fatwa nog altijd als ???een albatros rond zijn nek hangt???.
       We zien ook deze vreemde paradox: de positie waaruit Rushdie zijn autoriteit haalt om over vrijheid van meningsuiting of censuur te spreken, haalt hij natuurlijk uit de jammerlijke fatwa. Rushdie kan over de islam spreken omdat de islam over hem spreekt, een bijna machiavellistische vaststelling die de ayatollahs wellicht te veel eer verstrekt.
       Hoewel Iran beweert dat de fatwa onverkort geldig blijft, is de offici??le lijn sinds 1998 dat de dood van Rushdie niet langer wordt nagestreefd. Opmerkelijk genoeg is de banvloek tegen het boek ook in India nog altijd niet opgeheven. India was zoals gezegd het eerste land waar The Satanic Verses in de ban werd geslagen. Bij de 21e verjaardag daarvan verscheen van journaliste Nilanjana S. Roy in de krant Business Standard een oproep om het verbod op te heffen. ???Het lijdt geen twijfel dat Rushdie beledigend was. Maar de vraag is of een belediging een misdaad is ??? te bestraffen met censuur, het bannen van boeken, fatwa???s of met andere middelen. [???] Het doel van het opheffen van de ban moet uiteindelijk zijn dat De Duivelsverzen opnieuw in de winkel ligt, waarna lezers zelf kunnen oordelen over het boek, met onverschilligheid, met belangstelling, met debat of onenigheid. Maar het is niet ondenkbaar dat, mocht de rechter beslissen het boek vrij te geven, uitgevers en boekhandelaren nog altijd bevreesd zouden zijn om het boek beschikbaar te maken. In elk geval zou de ban opheffen de eerste stap zijn van iets wat we nog nooit eerder deden, iets wat groter is dan ????n boek of ????n auteur, dat is het recht op vrije meningsuiting. Wat 21 jaar geleden gebeurde, maakte ons angstiger en regressief, en twee decennia zijn absoluut meer dan genoeg om die onrechtvaardigheid ongedaan te maken.???
       De oproep van Roy is opmerkelijk omdat die niet vaak weerklinkt uit landen als India, Iran of Bangladesh. Veel vaker moet een nieuw geval van ???salmanofobie??? gerapporteerd worden. De kritische auteurs die de afgelopen jaren in hun islamitische thuisland door extremisten werden belaagd, bedreigd of aangevallen zijn legio. De Bengaalse schrijfster Taslima Nasrin moest in 1994 al door haar kritische houding tegenover de religieuze machthebbers en de ondergeschikte rol van de vrouw haar geboorteland ontvluchten. Ze belandde toen onder meer in Zweden, toen radicale moslims haar van godslastering beschuldigden na haar roman Shame (Schaamte). Sindsdien ontving ze regelmatig doodsbedreigingen vanwege haar feministische en moslimkritische standpunten en leefde ze afwisselend in Europa, de Verenigde Staten en India. In november 2007 zag ze zich genoodzaakt te vluchten uit de West-Bengaalse hoofdstad Calcutta, nadat ze daar tijdens een lezing met rechtstreekse bedreigingen af te rekenen kreeg. Ze leefde enige tijd ondergedoken in New Delhi onder bescherming van de Indiase overheid, maar die wilde haar geen permanente verblijfsvergunning toekennen, uit vrees voor reacties van moslimradicalen. Uiteindelijk kreeg Nasrin onderdak in Europa.
       Ook de Frans-Iraanse schrijfster Chahdortt Djavann verliet haar geboorteland Iran. Ze riep de Europese Unie recent nog op om de fatwa te veroordelen als een criminele daad en om de personen die oproepen tot een fatwa ook internationaal op te sporen en te berechten, maar zover zal het niet komen.

Lont in het kruitvat
Islam is Islam and white is white and never the twain shall meet???
Je zou het nog beginnen te geloven. Hoe komt het dat als bepaalde schrijvers over islamonderwerpen schrijven, de lont in het kruitvat zo kort blijkt te zijn? Ook een aantal westerse auteurs kwam door enkele boude en provocatieve uitspraken in de vuurlinie terecht.
       Toen de Britse successchrijver Martin Amis in 2007 bepaalde moslims had veroordeeld omdat ze geen afstand wilden doen van zelfmoordaanslagen, kreeg hij een heleboel intellectuele zwaargewichten over zich heen. ???Van elke hoek in het Westen zou er een permanente fabriekssirene van walging over dit soort acties moeten luiden???, schreef hij. Aanleiding was zijn artikel over het moslimfundamentalisme, ???The Age of Horrorism???. Daarin pleitte Amis voor een hardere aanpak van de extreme islam.
       Terry Eagleton, eminente marxistische literaire criticus en academicus aan de universiteit van Manchester waar op dat moment Amis een cursus creative writing begeleidde, noemde de uitlatingen vergelijkbaar met die van het ???British National Party thug???. Eagleton was van mening dat repressieve acties om de westerse vrijheden te vrijwaren alleen maar die vrijheden zelf aantasten.
       Ook in het essay ???Shame on Us??? van de Noord-Ierse schrijver Ronan Bennett kreeg Amis de wind van voren. ???De idee??n van Amis zijn symptomatisch voor een veel bredere en diepere vijandigheid tegenover de islam en voor onverdraagzaamheid jegens de ander. [???] De opmerkingen van Amis, zijn verdediging ervan en de reacties die ze uitlokten lijken me een test. Een test voor onze betrokkenheid bij een maatschappij waar verbeeldingsvolle sympathie niet alleen geldt voor onze gelijken maar ook voor diegene wiens leven en geloof langs andere lijnen loopt. Het lijkt erop dat we niet geslaagd zijn in die test. Amis [???] raakte weg met een van de meest hatelijke uitbarstingen van racistisch sentiment die een publieke figuur in dit land sinds lang tot uiting bracht. Hij moest zich ervoor schamen, en wij moesten ons ervoor schamen dat we het tolereren.???
       Amis kreeg ook steunbetuigingen, onder meer van Ian McEwan, die de zaken onverbloemd bij naam noemde: ???Vanaf het moment dat een schrijver zijn mening over de radicale islam uit, is er onmiddellijk iemand vanuit linkse hoek die hem wil tackelen en beweert dat hij een racist is, omdat de meerderheid van de moslims een donkere huidskleur heeft???, stelde McEwan. En hij benadrukte: ???Martin is geen racist.??? McEwan veroordeelde de extreme moslims omdat ze ???een samenleving willen cre??ren die ik verafschuw???.
       De uitspraken van Ian McEwan kregen op hun beurt kritiek van de Muslim Council of Britain: ???Het feit dat McEwan Martin Amis??? uitspraken wil witwassen, zegt veel over zijn eigen opvattingen ter zake. [...] Natuurlijk mag je kritiek uitoefenen op elke religie. Maar Amis ging heel wat verder dan dat en bepleitte discriminatie die de hele gemeenschap zou treffen: vrijheidsberoving van moslims, later zelfs deportatie en reisverboden.??? Nog een pikant detail: Ian McEwan heeft destijds kort onderdak verschaft aan zijn vriend Salman Rushdie, toen hij door de fatwa werd getroffen.

Nog sterker in de herinnering blijft natuurlijk de stampei rond de Franse auteur en islamcriticaster Michel Houellebecq, steeds omgeven door het parfum van de provocatie. Kort na de verschijning van Platform (2001), zijn roman over sekstoerisme, liet Houellebecq zich in het tijdschrift Lire, in kennelijk laveloze staat, nogal cru uit over de islam, die hij omschreef als ???la religion la plus conne???. Bovendien sprak het hoofdpersonage in Platform over zijn vreugde ???bij de dood van elke Palestijn???. Hij hoopte dat ???het kapitalisme snel de islam van binnenuit zou ondermijnen???. Diverse islamorganisaties steigerden en klaagden Houellebecq aan als ???islamofoob??? en ???racist???. Een paar dagen later herriep hij zijn uitspraken en verspreidde zelfs een heus communiqu??, waarin hij ontkende een racist te zijn. Hij voegde eraan toe: ???Door vrijwillig verwarring te cre??ren tussen wat mijn romanpersonages zeggen en de aan de auteur toegeschreven uitspraken, zijn sommige journalisten medeplichtig aan een grove vorm van desinformatie.??? De Parijse rechtbank sprak Houellebecq en uitgever Flammarion uiteindelijk vrij van racisme omdat de schrijver het recht heeft religieuze kritiek te ventileren via zijn romanpersonages. Overigens had ook de extreem rechtse organisatie Promouvoir het boek aangeklaagd, maar dan vanwege zijn pornografische karakter. Ook zij kregen nul op het rekest. Intussen valt op dat Houellebecq zich over de islam opvallend gedeisder houdt.

Katalysator van de moslimidentiteit
Een niet van eurocentrische idee??n gespeende literatuursocioloog zou over al deze conflicten misschien gewagen dat de literaire tradities in de islamitische wereld zich in een ander stadium bevinden dan de westerse. Er loopt soms een dunne lijn tussen provocatie, regelrechte aanvallen en harde kritiek op de islam, zo blijkt uit tal van cases. Ironie (en al dan niet smakeloze humor) blijkt dan helemaal een moeilijke oefening voor gelovige hardliners.
       De westerse literatuur is volop aan het worstelen met de postromantische en poststructuralistische besluiten: taal valt niet samen met de werkelijkheid, literatuur dient dieu ni ma??tre, een verhaal hoeft niet langer een betekenis uit te dragen. Realisme en naturalisme liggen al een hele tijd achter ons. De erfenis van dada en Derrida is zwaar om dragen, maar ze is onmiskenbaar. En personages zijn niet noodzakelijk de spreekbuis van de auteur: ze mogen zich zonder remmingen uiten, zo dachten we ondertussen. Daartegenover staat de visie op literatuur die wel nog uitgaat van een strikte gelijkenis tussen wat de auteur schrijft en de realiteit die daaraan voorafging.
       Het valt te vrezen dat de verklaring van de ???verschillende snelheden??? er een is van ???ori??ntalisme???, zoals de Palestijnse literatuurwetenschapper en voorvechter van de Palestijnse zaak Edward Said de term in de jaren 1970 formuleerde om de (historische) onderdrukking van het Oosten (zijnde de islam) door het Westen te identificeren. Maar is het door bepaalde westerlingen gekoesterde superioriteitsgevoel wel hard te maken? Het valt immers op dat steeds vaker ook christelijke, joodse of andersgelovende scherpslijpers de oorlogstrom roeren om blasfemisch geachte boeken in de ban te slaan.
       Het verhaal van twee mannetjespingu??ns die een ei adopteren, zoals verteld in het kinderboek And Tango Makes Three mag daarbij exemplarisch heten. Het boek van Peter Parnell en Justin Richardson, gebaseerd op twee in de zoo van New York levende pingu??ns, werd door de American Library Association in 2006, 2007 en 2008 uitgeroepen als ???the most challenged book???. In 2009 bleek het volgens diezelfde organisatie ook het ???meest gebannen boek??? van Amerika te zijn. Bijzonder veel (heteroseksuele) ouderparen vonden het niet kunnen dat het kinderboek in de schoolbibliotheek zou worden opgenomen. Op veel plaatsen gaf de bibliotheekdirectie toe om het boek uit de rekken te nemen. Dat een op zich even stichtelijk als kostelijk verhaal zulke reacties kan opwekken, is hoogst bevreemdend. Als het al niet vreeswekkend is.
       In Portugal schreeuwden katholieken in oktober dan weer moord en brand over uitspraken van homo provocatus en Nobelprijswinnaar Jos?? Saramago. Hij had bij de voorstelling van zijn laatste boek Caim de Bijbel een ???handboek voor slechte moraal??? genoemd. De roman Caim is een ironische hervertelling van het verhaal van Ka??n, zoon van Adam en Eva, die zijn broer Abel om het leven bracht. De auteur van De stad der blinden zei dat de samenleving wellicht beter af zou zijn geweest zonder de Heilige Schrift. Hij geloofde niet dat katholieke gelovigen beledigd zouden zijn, ???omdat die toch de Bijbel niet lezen???. En hij voegde er nog aan toe: ???Joden zou ik misschien wel kunnen beledigen, maar dat kan mij niet schelen.???
       Manuel Marujao, woordvoerder van het Portugese episcopaat, deed de uitspraken van de 86-jarige schrijver af als ???een publiciteitsstunt???. De priester zei dat ???een schrijver van de statuur van Saramago best kritiek kan leveren, maar beledigingen doen niemand goed, zeker niet een Nobelprijswinnaar???. Rabbi Elieze Martino, zegsman van de Joodse gemeenschap in Portugal, liet weten dat Saramago ???zijn Bijbel niet kent, hij begrijpt die slechts oppervlakkig???.
       Saramago veroorzaakte in 1992 al een rel bij katholieken met zijn roman Het evangelie volgens Jezus Christus. Daarin wordt Jezus ontmaagd door Maria Magdalena, en klaagt hij de autoriteit van God aan. De ophef rond het boek van Saramago doet ook enigszins denken aan de recente polemiek rond de Bijbelbewerking van tekenaar Robert Crumb. De expliciete versie van het Book of Genesis omschreef de denktank Christian Institute geschokt als ???het seksueel prikkelend maken van een boek dat in se Gods reddingsplan voor de mensheid is.???

De angst voor de ontluisterende kracht van het boek is, zo valt node vast te stellen, niet exclusief voorbehouden aan de fervente en radicale aanhangers van Mohammed. Bij het ontstaan en de verspreiding van de boekdrukkunst in de zestiende en zeventiende eeuw hadden de drukkers al snel door dat ze een even machtig als gevaarlijk apparaat tot hun beschikking hadden. De drukker ??? die nu gewoon ???de uitgever??? heet ??? kreeg door zijn rol als medium tussen lezer en schrijver een bepalende rol in het openstellen of afschermen van al dan niet subversieve content. Met ambtelijke en ambachtelijke instrumenten als de Index librorum prohibitorum of het pauselijke imprimatur probeerde de katholieke kerk het eigen monopolie op de kennis, het geloof en dus de macht te behouden. Al snel werden naast auteurs en bedenkers van verwerpelijke idee??n ook de drukkers ervan op de brandstapel gezet. In die zin is de intimidatie van uitgevers door radicale moslims een gelijklopende modus operandi.
       De macht van de schrijver en de impact van het boek hebben in veel religies te maken met het feit dat de islam, net zoals het christendom en de joodse godsdienst, een religie van de Schrift is. Het boek ??? als drager van het geopenbaarde ???woord van God??? ??? heeft een speciale, heilige status. Het houdt mogelijk ook verband met het gegeven dat in de ontwikkelingslanden een ???schrijver??? vaak een publieke functie heeft als administratief of ambtelijk intermediair tussen de burger en de overheid. De schrijver beheerst het woord en met het woord treed je in contact met de politie, het gerecht, de machthebbers ??? Als een schrijver zich met het woord een vermeende blasfemie toe-eigent, dan lopen de gemoederen aldus hoog op.
       Conflicten tussen religieuze pilaarbijters enerzijds en schrijvers en hun boeken anderzijds zijn in de westerse media exemplarisch voor het spanningsveld waarin de vrijheid van meningsuiting en een op de proef gestelde democratie zich beweegt.
       Toch zie je ook ettelijke pogingen om de zelfcensuurpraktijken van uitgevers te minimaliseren en te vergoelijken, wat een heilloze piste lijkt.
       Volgens de BBC-correspondent in India, Lawrence Pollard, was de controverse over The Satanic Verses een beslissend moment voor de Britse samenleving, voor de rassenrelaties en de vrijheid van meningsuiting. ???Het was de katalysator van de noodzaak voor een uitgesprokener moslimidentiteit in Groot-Brittanni??, betogers kregen een onderwerp waarrond ze zich konden verenigen. Maar tegelijk zorgde de Rushdieaffaire ervoor dat er hevig gedebatteerd werd over het feit of de vrijheid van meningsuiting aan banden moest worden gelegd om de religieuze gevoelens in een multiculturele samenleving niet te kwetsen.??? Dit debat ligt nog steeds open en ongetwijfeld zullen we nog vaak moeten berichten over vormen van ???salmanofobie???. Uitgevers die zwichten voor de angst voor de brandbom en voor het imprimatur van de zelfcensuur, moeten beseffen dat ze inderdaad met vuur spelen.