Op deze pagina's is het archief van DW B terug te vinden. Voor de actuele website ga naar: http://www.dwb.be

Het ministerie van Leesplezier

Verschenen in: En/en

Lezen is belangrijk. Dat mag alleen al blijken uit de inspanningen die een samenleving er zich voor getroost. We sturen kinderen op piepjonge leeftijd naar school. En een van de eerste dingen die ze er leren is niet hoe ze eetbare bessen moeten verzamelen, een koe kunnen melken of de sextant bedienen, maar wel hoe ze het lezen en schrijven onder de knie moeten krijgen.
       Naast het evidente praktische en bewezen nut van geletterdheid, heerst de overtuiging dat lezen en schrijven de basis vormen van universele kennis en van levenslang leren. In de artes liberales bestond de onderbouw, het trivium, uit grammatica, dialectica en retorica. Pas als je je deze vrije kunsten goed eigen had gemaakt, mocht je een vak leren, zo was het idee.
       Dat de moderne samenleving aanvaardt dat schrijven en lezen gesubsidieerd moeten ??n kunnen worden, heeft met dat oude verlichtingsideaal te maken. Lezen en schrijven verdienen algemene beoefening, omdat die twee vaardigheden de hoeksteen van onze cultuur uitmaken, digitaal of op papier, dat maakt op zich niet meer uit. En daarbij worden de producten van schrijvers ook publiek gemaakt, door middel van laagdrempelige bibliotheken, tweedekansonderwijs en krantjes voor laaggeletterden. Voor mensen die nog niet of niet goed kunnen lezen, organiseert de overheid tal van initiatieven. Soms zijn er grootscheepse campagnes, zoals in het buitenland One City, One Book en Nederland Leest, waarbij de bevolking wordt aangezet om ????n welbepaald boek van voren tot achteren te analyseren. En er massaal over te praten. Onrechtstreeks zijn zelfs ook de verschillende subsidieregelingen voor schrijvers, uitgevers en boekhandels een vorm van leesbevordering. Kortom, iemand aanzetten om te lezen zit diep verankerd in de hearts and minds van de beleidsmakers en boekpropagandisten. Maar zijn de resultaten er ook naar?

???We hebben geen leescultuur???
Enkele leesbevorderaars roerden eind 2010 de trom nadat het laatste PISA-onderzoek nog maar eens concludeerde dat Vlaamse jongeren misschien wel goed lezen, maar alleszins niet zo goed zijn in creatief lezen en, vooral, er hun neus voor ophalen. De PISA-onderzoeken worden op initiatief van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) om de drie jaar gevoerd, in tientallen landen over de hele wereld en bij minstens 5.000 vijftienjarige leerlingen per jaar. Dezelfde conclusies (???jongeren lezen goed maar niet graag???) werden al in 2001 getrokken. ??n in 2004, ??n in 2007. Vlaamse jongeren komen uit die studies als redelijke studaxen naar voren. Alleen noemt slechts 18 procent van de vijftienjarigen lezen een ???hobby???. Daarmee staat Belgi?? op de allerlaatste plaats. In 2004 konden we op dat vlak Japan nog de rode lantaarn geven. Enkele jaren later is het resultaat nog alarmerender. Belgische jongeren beleven het minst van allemaal plezier aan lezen.
       Sinds jaar en dag wordt in de ???jeugdboekensector??? inderdaad node vastgesteld dat kinderen stoppen met lezen als ze twaalf, dertien worden, en hun blik richten op andere geneugten des levens. Toevallig of niet is dat in het Vlaamse systeem het moment dat kinderen de overgang maken naar het secundair onderwijs. Het is al te gemakkelijk om de schuld dan maar even snel bij het onderwijs en de leraren te leggen. Veeleer heeft het fenomeen te maken met het feit dat jongeren vanaf die leeftijd een veel wijdere blik op de wereld krijgen, en dat ze dus sneller afgeleid zijn ??? al was het maar door het andere geslacht. Het vraagt vanaf dan gewoon meer moeite om de puberhoofden bij de boeken te houden. Maar ook in veel andere landen worden kinderen van die leeftijd naar een middelbare school gestuurd. Waar kan de verklaring dan w??l liggen?
       In ieder geval zijn de PISA-resultaten onthutsend, maar de interpretatie ligt niet meteen voor de hand, zo besefte ook professor Martin Valcke van de vakgroep Onderwijskunde aan de UGent in een reactie in De Morgen. Hij poogde een verklaring te geven door het probleem te herbenoemen: ???We hebben geen leescultuur.??? Maar ook: ???De schoolbibliotheken zijn afgebouwd. Er is bij ons te veel nadruk op geprefabriceerde handboeken. De Chinezen lezen boeken en gaan ermee aan de slag, ze maken er een toneelstukje van.???
       Doen de Vlaamse leesbevorderaars hun werk niet goed? Op zijn minst zou je je moeten afvragen waar al de leesbevorderingscenten zijn gebleven als vier op de vijf jongeren hun neus ophalen voor boeken. Als leesbevorderaars afgerekend mogen worden op het bewezen leesplezier van de jonge generatie, dan ziet het er voor hen niet zo goed uit. Waarom zou dat overigens niet voor een keer mogen? Ook bibliotheken worden tegenwoordig afgerekend op het aantal uitleningen. De responsabilisering, weet je wel.

De druk op de leerkracht
Onvermijdelijk kom je in deze problematiek toch vroeg of laat uit bij het onderwijs. Een van de toppers in het PISA-onderzoek is sinds jaar en dag Finland. Er is uiteraard onderzoek naar gedaan waarom Finse jongeren zo goed scoren. Dat zou te maken hebben met hoe het onderwijs in dat land wordt bekeken, en vooral, hoe leraars er worden gevaloriseerd. Het onderwijzend personeel in Finland staat hoog in aanzien en verdient er (dus) goed zijn boterham. Dat zorgt ervoor dat, meer dan in andere landen, goede studenten doorgroeien tot gemotiveerde leerkrachten. Ook heerst er in het onderwijssysteem een zekere mate van conservatisme, waarbij meer dan gemiddeld nog ex cathedra les wordt gegeven.
       Vergeleken met het Vlaamse onderwijs lijkt het verschil in aanpak dus groot. Hier staan de lonen onder druk, werd het onderwijssysteem recent enkele keren hervormd, moeten leraren zich meer en meer buigen naar de strikte eindtermen, blijven er maar administratieve taken bij komen, is er grote uitval bij beginnende leraren, zorgt het systeem van de vaste benoemingen voor lethargie, gaat het onderwijzend personeel met ervaring snel op vervroegd pensioen ???
       Daar ligt dus een groot probleem, poneerde ook Gerda Dendooven ??? zelf kinderboekenschrijfster en als voormalig kinderconsul goed geplaatst om een en ander in te schatten ??? in een opiniebijdrage in De Standaard. Leesbevordering moet volgens haar toch in de eerste plaats in het onderwijs gebeuren. Ook al lijden ???ook de ouderen aan ongeduld, een gebrek aan verbeelding en een beperkt doorzettingsvermogen, terwijl zij het goede voorbeeld zouden moeten geven. Want wie anders zal jongeren verleiden tot lezen, hen de gewoonte aanleren een boek vast te nemen, hen overtuigen van het belang van lezen????
       Dendooven stelt de vraag en beantwoordt ze: de leerkracht. Maar helaas, ???aan die kant klemt het schoentje: met de democratisering van het onderwijs is er een instroom tot stand gekomen van minder getalenteerde en minder ge??nspireerde leraren. Terwijl precies in het onderwijs de beste krachten aan de slag zouden moeten zijn. De taak van de leraar is complexer geworden, maar de lat wordt niet hoger gelegd.???
       Dendooven gooit een gewaagde genderverklaring op: ???Zou het kunnen dat het gemengde onderwijs misschien een hand heeft in de tanende kennis? Zou de vervrouwelijking van het onderwijs de competitiviteit ondermijnen? Vrouwen doen geen wedstrijdjes, leren vanzelf goed, lezen meer maar pakken er zelden mee uit. Misschien missen we mannen in het onderwijs. Want hoe dwaas het jongleren met namen soms moge zijn ??? iets waar mannen zo bedreven in zijn ??? dat intellectuele haantjesgedrag kan het vuur aan de schenen leggen en jongens aan boord houden. Zij hebben vaak een extra duw nodig en dan is een mannelijke leraar wel effici??nter als koteraar en identificatiemodel.???
       Een reactie op het standpunt van Dendooven van Pedro de Bruyckere, pedagoog en onderzoeker aan de Arteveldehogeschool, was tekenend: ???Denkt de kinderconsul dat we in de lerarenopleidingen geen kwaliteit meer nastreven en dus iedereen maar laten slagen? Ik geef toe, het wordt de docenten soms niet makkelijk gemaakt. De outputfinanciering, waarbij we afgestraft worden als iemand niet slaagt, kan het aanlokkelijk maken om mensen door te laten die het niet verdienen. De juridisering, waarbij ouders en studenten elk tekort aanvechten, maakt dat we steeds een sterker dossier nodig hebben om iemand te laten zakken. [???] Misschien is het goed om even stil te staan bij andere mogelijke oorzaken? Het takenpakket en de studentenaantallen in de opleidingen zijn enorm toegenomen. Inderdaad, de instroom is diverser geworden. En de omkadering groeide nauwelijks.??? Grondigheid schiet er daarom vaak bij in, vindt De Bruyckere.
       Een ander probleem: zijn de leeslijsten in het vak Nederlands wel actueel genoeg? Staan daar voldoende boeken op die hedendaagse tieners kunnen aanspreken? ???Met de leeslijsten loopt het vaak mis???, zei ook Chris Smits, secretaris-generaal van het Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs, aan De Morgen. ???Als ze er zijn dan staan er nog vaak boeken van Ward Ruyslinck of Jos Vandeloo op. Niks tegen die auteurs, maar het is inderdaad niet meer de leefwereld van de gemiddelde tiener. Leerkrachten zijn volop bezig om die lijsten up to date te brengen, maar dat gaat misschien trager dan verwacht.??? Moet er geen landelijk onderzoek gebeuren naar welke boeken op die vermaledijde leeslijsten prijken? Moet daar geen actief en onophoudelijk debat over worden gevoerd? Of nog bouder: moet daar geen centrale adviesraad (waarin ook de jongeren zelf vertegenwoordigd zijn) mee inspraak over krijgen? Anderzijds moet de individuele gedreven leraar misschien ook wel meer kansen krijgen zijn eigen stokpaardjes in de klas te ventileren.
       Stichting Lezen lanceerde specifiek voor jongeren de actie ???De weddenschap???. ???De bedoeling is dat jongeren vanaf vijftien uit het TSO en BSO uitgedaagd worden door een bekende Vlaming om tussen oktober en april drie boeken te lezen???, zo vertelde Sofie Dewulf van de Stichting. ???Boeken die ze zelf kiezen en waar geen verplichte opdracht aan gekoppeld wordt.??? Een bekende Vlaming inschakelen voor leesbevordering? Het is al vaak beproefd, maar even vaak gaat de boodschap de mist in en draait het uit op een promogebeuren voor de BV in kwestie. Dan toch maar geprobeerd met een goed ge??nformeerde en ge??ngageerde leraar?
       Maar in Vlaanderen werden, in tegenstelling tot in Nederland, de ministeries van Onderwijs en Cultuur nog nooit in dezelfde persoon verenigd. In een interview in De Morgen zei Dendooven: ???Waarom steken ze niet cultuur, media en onderwijs bijeen? Een superministerie, drie polen. De gevoeligheid voor cultuur moet eigenlijk opgewekt worden in het onderwijs. Maar ook daar heb je geen langetermijndenken, hoewel het bij de kleine kinderen zou moeten beginnen.???

Letterenbeleid en de fusiekoorts
Eenzelfde versnippering zien we op het veld van de leesbevordering. Stichting Lezen is de Vlaamse instelling die zich het meest met leesbevordering bezighoudt, maar lijkt vooral eigen initiatieven te ontwikkelen. Het valt decretaal buiten het letterenbeleid, met dank aan de vroegere cultuurminister Bert Anciaux, en kan zich een zeker einzelg??ngerschap permitteren. De vraag rijst of het lezen en schrijven niet beter op elkaar worden afgestemd door het Vlaams Fonds voor de Letteren en Stichting Lezen (opnieuw) onder ????n dak onder te brengen, met daarbij ook nog de CANON Cultuurcel (een onderdeel van het ministerie van Onderwijs dat zich met ???cultuur??? en dus wat met de leeslijsten bezighoudt).
       De beleidsbrief 2010-2011 van Vlaams minister van Cultuur Joke Schauvliege van eind oktober 2010 geeft de richting aan. Onder opdracht 23 ???Werken aan een ge??ntegreerd letterenbeleid??? laat de minister weten dat ???het Rekenhof een studie uitvoert om de verschillende subsidiekanalen en de positie van de organisaties binnen het gesubsidieerde veld in kaart te brengen. Een aantal partners is samengebracht om over delen van het beleid een gezamenlijke visie te ontwikkelen (bv. stripbeleid).??? Schauvliege wil in 2011 ???de onderlinge afstemming van de betrokken organisaties verbeteren bij de opmaak van nieuwe beheersovereenkomsten???.
       Daarnaast schrijft ze: ???[Ik wil] de beheersovereenkomsten met belangrijke spelers in het veld (Vlaams Fonds voor de Letteren, Stichting Lezen) aangrijpen om inhoudelijke accenten te leggen die ik in mijn beleidsnota heb aangegeven. Het betreft meer aandacht voor non-fictie en stripauteurs enerzijds en een verdere invulling van het literaire middenveld anderzijds. Belangrijke componenten zijn een betere afstemming en differentiatie van literaire manifestaties en een grotere creativiteit bij publieksgerichte ontsluiting. [???] Ik zal de organisaties stimuleren om waar mogelijk de krachten te bundelen.???
       Als je tussen de vaagtaal door probeert te lezen, is inzake de leesbevordering de ???publieksgerichte ontsluiting??? van belang. Precies daar kun je je afvragen of de boekjes die Stichting Lezen op de trein uitdeelt en veel andere leesbevorderingsinitiatieven hun effect niet gewoon missen. Ook Majo de Saedeleer, directeur van Stichting Lezen, vond na het PISA-onderzoek dat ze moest reageren. Ze deed dat onder meer door in een opiniestuk in De Morgen te wijzen op het belang van de nabijheid van boeken. ???Laat ik vertellen hoe ik zelf een lezer ben geworden. Er waren boeken bij ons thuis: oude van mijn ouders en nieuwe voor ons, kinderen ??? en voor hen. Mijn vader was een lezer. We gingen naar de bibliotheek in een oud, koud gebouw waar de bibliothecaris eerst nog de kachel moest aansteken. Niemand bemoeide zich met wat we lazen. Als puber ging ik van Loesje Mertens naar Het rood en het zwart van Stendhal naar Pearl Buck. Ik had een vriendin met wie ik sprak over al wat we lazen.??? En ze spreekt over het belang van het onderwijs: ???Ik zat op een school met ge??ngageerde leerkrachten die met ons praatten over wat hen bezielde, dus ook over wat ze lazen, maar van een verplichte leeslijst was geen sprake.???
       Stichting Lezen legt in haar werking vooral de nadruk op jonge kinderen, en dat vindt een echo in wat De Saedeleer schrijft. ???In lijn met alle onderzoek naar cultuurparticipatie worden leesbevorderaars het niet moe de vroege omgang met boeken aan te moedigen. Voorlezen dus, thuis en op school! Het PISA-onderzoek bevestigt dat kinderen die voorgelezen werden de belangstelling voor lezen behouden, ook als puber. En wie dat geluk niet gekend heeft, wordt tegenwoordig gekieteld door leesbevorderingsprojecten die keuzelijsten leveren en die de leerkrachten deskundig op pad zetten.??? Dat de Stichting hierbij de eigen projecten zorgvuldig in de kijker werkt, hoeft geen betoog.
       De Nederlandse jeugdschrijver Ted van Lieshout trekt soortgelijke conclusies: ???Dat kinderen graag lezen tot het op de middelbare school drastisch afneemt, weten we allang.??? Maar uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt ook, zegt Van Lieshout, dat jongeren de bibliotheek mijden door gebrek aan vindbaarheid van het aanbod en door gebrek aan aanbod zelf. Meer zelfs: volgens Van Lieshout beschouwen bibliotheken de groep adolescenten al te vaak als verloren. Jeugdauteur Aidan Chambers benadrukt in De leesomgeving bovendien dat je moet blijven voorlezen, ook op oudere leeftijd: ???Het is een misvatting te denken dat voorlezen alleen maar nodig is in de eerste fasen van het leesonderwijs. Het leesproces is zo ingewikkeld en bevat zo veel meer dan het technisch leren lezen dat voorlezen in alle jaren van onderwijs noodzakelijk blijft.???
       Stichting Lezen bewandelt bij haar leesbevorderingsinspanningen gebaande paden: er wordt gehamerd op de nabijheid van boeken en het belang van het voorlezen. Maar toch kun je niet om de vaststelling heen dat het slechts kortstondig of amper werkt. Zelfs De Saedeleer kiest op haar beurt voor een ???integratie???, al vindt zij w??l dat er veel concrete resultaten zijn geboekt: ???Ik stel voor dat de ministers van Cultuur en Onderwijs en de verenigingen die zij in het leven hebben geroepen daadwerkelijk de krachten bundelen. Diverse leesbevorderingsprojecten hebben hun kracht en effici??ntie bewezen. Ze zijn aangepast aan doelgroepen, hun belangstelling en hun vragen. Laten we die nog actiever implementeren in het onderwijs. Wat een plezier zal daarvan afstralen!??? Klinkt goed, maar ook enigszins na??ef. Want hoe wordt hier genoeg aandacht besteed aan de jongere die opgroeit in een digitaal universum? Worden de mogelijkheden van sociale netwerken wel voldoende ingezet? Hoeveel zin heeft het om nog maar eens een nieuw internetplatform met een blitse lay-out en obligate boekbesprekingen te lanceren?

Van Joepie naar Lanoye
Goed, is Stichting Lezen het dan toch eens met die integratie? Hopelijk zijn ook de auteurs dat. Een belangrijke activiteit van Stichting Lezen betreft het subsidi??ren van lezingen van jeugdauteurs in middelbare scholen en bibliotheken. De lezingensubsidie lijkt in zijn doelmatigheid op de productiesubsidie van het Fonds voor de Letteren enkele jaren geleden. Het is niet de eindgebruiker, de lezer, die er beter van wordt. Stichting Lezen is met dat budget prettig voor de portefeuille van de schrijvers en voor velen zijn die lezingen een broodnodige aanvulling. Maar dienen deze centen het doel? Als Stichting Lezen (opnieuw) opgaat in het Fonds voor de Letteren, zal dat alvast ook moeten worden herbekeken. Onlangs nog betoogde Erik Vlaminck van de Vlaamse Auteursvereniging dat de auteurslijst debutanten te veel aan de zijlijn laat staan. Aan de andere kant kunnen bijvoorbeeld boekhandels of andere commerci??le organisaties geen aanspraak maken op subsidies waar scholen en bibs wel recht op hebben.
       Een ge??ntegreerd letterenbeleid zou kunnen betekenen dat Stichting Lezen, waar het nu nog als een booreiland op een verafgelegen Zee der Letteren naar olie zuigt, een positie gaat bekleden ??n het letterenbeleid. Dat het daarom veel intensiever moet gaan samenwerken met de sectorvertegenwoordiger Boek.be (en dus met uitgevers, boekhandels, importeurs ???), met het onderwijs, met de bibliotheken, en met de herverdeler van de schrijverspoet, het Fonds voor de Letteren, is dus maar wiedes. In die constellatie wordt alles afgewogen aan het resultaat, aan wie je bereikt ??? niet aan wie er eventueel enkele euro???s aan verdient.
       Bovendien: moeten de leesbevorderaars dan maar niet meteen carr??ment aan het hoofd worden gesteld van het Fonds of moet het beleid van het Fonds gestoeld worden op het mogelijke resultaat dat het heeft op de leesvaardigheid en het leesplezier van de jongeren? Het zou een gedurfd idee zijn. Stichting Lezen zou dan haar zeg moeten krijgen in het onderwijs, in het beleid van de bibliotheken, bij wie uitgenodigd wordt voor grote literaire festivals, bij wie in de jury???s gaat zetelen van de belangrijke commerci??le en van overheidswege uitgereikte prijzen, hoe de Boekenbeurs wordt georganiseerd. Ook al is dat misschien een communistisch idee, het zou wel de integratie in de diepte zijn: alles wat gebeurt in het boekenvak, elke euro die op een of andere manier wordt gespendeerd in dit mooie beroep, zou moeten worden afgetoetst aan de vraag of dat het lezen bevordert. De facto zou dat betekenen dat Stichting Lezen een overkoepelend ministerie wordt ??? na een grondige herverdeling van bevoegdheden ???, een ministerie van Leesplezier, als het ware.
       En nu we toch aan het hervormen zijn, nog een steen in de kikkerpoel: zou leesbevordering niet beter deels gebeuren door onkundigen? Want de (zelfverklaarde) deskundigen hebben gefaald, zo lijkt het wel. Geef leesbevordering dan maar in handen van amateurs, van mensen die nooit lezen. Die weten wat hen zal aanzetten ??? of niet ??? om een boek ter hand te nemen. Laat leesbevordering ook gebeuren door de laaggeletterden zelf, laat het beleid voor een keer mee geschraagd worden door kinderen die nooit een boek vastnemen en ook niet opgroeien in een omgeving waar boeken ronddwalen.
       Majo de Saedeleer geeft het zelf aan: ze heeft geluk gehad, thuis en op school. Het valt te vrezen dat Stichting Lezen de eigen peers bedient. En niet het Belgisch Marokkaantje van de vierde generatie in de Seefhoek, of de kansarme jongere uit de achterstandsbuurten van de Brugse Poort. Leesbevordering moet de jongere proberen te bedienen die nooit boeken leest, er werkelijk niets vanaf wil weten, niet de meisjes en jongens in de betere colleges of lycea.
       Onlangs beweerde Eppo van Nispen tot Sevenaer dat hij als directeur van de bibliotheek van Delft nooit een boek vastnam. Dat veroorzaakte wel wat rimpeling. Ondertussen is de man wel degelijk directeur geworden van de Nederlandse Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB), die boeken aan de man moet brengen met alle mogelijke inzet van middelen. Nog afgezien van het feit dat Eppo van Nispen tot Sevenaer door insiders als een zeer belezen man wordt afgeschilderd, is dit allicht de manier om het boek weer in de belangstelling te krijgen: door te zeggen dat je er nooit eentje vastneemt.
       Ook moeten we af van het hooggestemde dat rond leesbevordering hangt. Sowieso blijft gedreven lezen altijd een liefhebberij voor een minderheid. Iedereen aan Proust is toch een illusie, en je vraagt je af of dat ook wel wenselijk is. Maar zeker is dat de methodiek vaak laagdrempeliger kan, dat het aureool gesloopt moet worden en dat er heel wat taboes moeten sneuvelen. Want als leesbevordering een te dwangmatig odeurtje krijgt, hollen jongeren de bibliotheek uit, gillend van ???lezen, dat is zo oncool???. En gelijk hebben ze.
       Of zoals Luc van de Poele, co??rdinator van het PISA-onderzoek in 2004, het toen al zei: ???Onze leerlingen zijn de wereldtop in schools lezen, maar we slagen er niet zo goed in hen buiten de school voor het plezier te laten lezen. Dat is zorgwekkend want lezen is van kapitaal belang om levenslang te leren. Ik pleit er sterk voor dat scholen niet alleen op hoogstaande literatuur mikken maar ook eens populaire tijdschriften in de klas brengen. Vijftienjarige meisjes lezen bijvoorbeeld graag Joepie. Jongens die automechanica leren, zijn wellicht ge??nteresseerd in een blad over autotechniek. Het maakt niet uit wat ze lezen. Als ze maar de smaak te pakken krijgen.???
       Het zou wel eens kunnen kloppen en een onorthodoxe toepassing van de steppingstonetheorie zijn. Van Joepie naar Lanoye, het is ongetwijfeld een piste die het verkennen waard is. Want ook populaire weekbladen als Humo en een gratis dagkrant als Metro zijn in hun eigenste eentje grote leesbevorderaars, allicht zonder dat ze het zelf beseffen en zonder die bedoeling te hebben. Net als tal van ongedwongen websites. Inderdaad: zo kan intens leesplezier als neveneffect van het heel gewone (digitale) lezen optreden. Zoals Aidan Chambers C.S. Lewis aanhaalt: ???Wie leest, leeft duizend levens tegelijk en blijft toch zichzelf.???